BBQ-en is een activiteit die door miljoenen Nederlanders wordt gebezigd op zonnige en warme dagen, en dat wordt dan de hele zomer stug volgehouden. Thuis in het achtertuintje en gedurende een week of 3-4 op de camping. Blijkbaar vindt men dat leuk, anders was het niet zo wijdverbreide hobby.
Tuurlijk, het is erg knus om tijdens een hittegolf rond zo'n warmtebron te zitten en er af en toe een stuk vlees af te halen, maar helaas is het meestal ook niet meer dan dat.
Echt een ramp vind ik de BBQ-sessies waarbij grote schalen vlees assorti (met vooral veel oranje-rood gekleurde kippepoten, hamburgers en worsten) een hele avond lang op tafel staan. Waar de salade vaak uit een emmertje komt, en waar alles wordt ondergesmeerd met de sauzen van Calvé-hee. Gelukkig hoef ik dit soort happenings niet vaak mee te maken.
Zelf gebruiken wij de BBQ of rookpan graag om een deel van de maaltijd in of op te bereiden, maar we gaan er meestal niet bij zitten wachten met een bordje op schoot.
Zo hebben we een (niet meer zo) groene bolbliksem op (roestige) wielen. Nee, het is geen echte W, maar hij voldoet aan onze eisen - je kunt er een fikkie in steken en er een lap dikke lende kortstondig op draperen.De piepers liggen dan al even in de hete as, en de preien op de rand, opdat ze niet gelijk affakkelen.
Voor de grotere evenementen (de dagen dat we met meer dan twee personen hier zijn) is er de ton, de oliedrum. Die wordt volgegooid met boomstronken en de diverse liefhebbers zorgen wel voor een regelmatige toevoer van brandstof. Prima device om je marsmellows boven te smelten als je haast hebt en ook leuk om van die padvinderachtige stokbroden boven te bakken. Verder alleen een bron van intense en hevige warmte voor lange kille zomernachten.
Voor kleinere kinderen is er de vuurschaal. Daar kunnen ze naar hartelust kliederen met stolbroden en marshmellows.
In de rookton hangen we vis van allerlei pluimage. Daar hebben we nog niet erg veel mee geexperimenteerd, maar er zijn goede voornemens voor de komende zomer. Gewoon een paar forellen op een rijtje en de fik eronder. Heb nu eindelijk de juiste mot in huis.
Het meest gebruikt wordt de rookoven. Deze zet je gewoon op je formuis. Schep houtmot erin, rekje met vis er op en roken maar. Kan ook met tomaat, paprika, uien, knoflook, zout, paddestoelen, kip, en allerlei andere soorten vlees, mits je ze daarna nog wel even goed doorgaart door het te bakken of braden.
Met vis is dat niet nodig. De relatief lage temperatuur is hoog genoeg om vis te garen.
En ja, vis roken doen we dus vrij regelmatig.
Onlangs zelfs een serieuze poging gedaan om zalm koud te roken in dat ding. Dat was een tip van Smink Culinair.

Pasta met "koud" gerookte zalm
Neem een flink stuk zalm en wrijf beide zijden zorgvuldig in met zout (gebruik 25 gram zout per kilo vis) en zet de vis daarna onder druk koel weg.
De volgende dag goed afspoelen en drogen.
Doe de zalm in de oven, sluit het deksel en steek de rookoven aan en zet de gaspit flink hoog zodat de rookontwikkeling flink op gang gekomen is en draai daarna het gas uit. Laat vooral de klep dicht en kijk er 24 uur niet meer naar om.
De volgende dag heb je een stuk zalm dat nog zo goed als rauw is, maar wel geheel doordrenkt van rooksmaak. Eigenlijk sterk gelijkend op de gerookte zalm zoals wij die kennen.
Tip: blancheer een bundel groene asperges (in stukjes gesneden).
Fruit een uitje en blus af met een beker slagroom. Laat inkoken met de asperges erbij.
Kook intussen een pan spagetti. Voeg de spagetti toe aan de asperges, breng op smaak met een drupje citroensap hier en een korreltje peper daar en verkruimel vlak voor het serveren, de zalm er overheen.
Met de pan naar de tafel hollen en eten!

























